Zomer- en wintermapping: wanneer heeft u beide nodig?

Een magazijn dat in april keurig tussen 15 en 25 °C blijft, kan zich tijdens een hittegolf in juli of een koudegolf in januari heel anders gedragen. Met een zomer- en wintermapping toont u aan dat uw opslagruimte het hele jaar binnen de grenzen blijft, en ziet u waar per seizoen de echte hotspots en coldspots liggen.

Isometrische 3D-warmtekaart van een temperatuurmapping in een farmaceutisch magazijn in de zomer, met de warmste zone (rood) in de vloeropslag bij de dockdeuren en warme randen langs de buitenmuur.
Kort antwoord

Een zomer- en wintermapping is nodig voor elke opslagruimte waar de buitentemperatuur invloed kan hebben op de temperatuur binnen. Denk vooral aan magazijnen met kamertemperatuur en ruimtes met een dak, buitenmuren of docks die aan het weer blootstaan. U voert dan één mapping uit in de warmste en één in de koudste periode van het jaar. Voor koelcellen en vriescellen binnen een geconditioneerd gebouw is één mapping meestal voldoende, mits u onderbouwt waarom en uw continue monitoring dat bevestigt.

Begin met een loggerplan

Maak met de gratis 3D-tool een loggeropzet die u in beide seizoenen kunt herhalen, inclusief opslaglocaties onder het dak, langs buitenmuren en bij de dockdeuren.

Start de loggerplaatsingstool Alle tools 3D-meetpuntenplan uit de temperatuurmapping tool, voor het plannen van een zomer- en wintermapping

Waarom het seizoen uw resultaten verandert

In de kern is een magazijn een grote doos die blootstaat aan weer en wind. Op een zonnige dag kan het dak ruim boven de 50 °C komen, en die warmte straalt direct door naar de bovenste stellingniveaus. In de winter verliest hetzelfde gebouw warmte via muren en vloer, en elke keer dat een dockdeur opengaat, stroomt koude lucht naar de dichtstbijzijnde opslaglocaties.

Veel grote magazijnen hebben daar weinig tegenover te zetten. Sommige hebben een volledige klimaatinstallatie (HVAC), maar vaak blijft het bij een paar luchtverwarmers, destratificatieventilatoren of alleen de isolatie van het gebouw zelf. Hoe minder actieve klimaatregeling, hoe directer het buitenweer binnen voelbaar is.

Daardoor kan één opslagruimte twee heel verschillende temperatuurprofielen hebben: één op warme dagen en één op koude dagen. Een enkele mapping in een zachte maand laat geen van beide zien. U ziet dan alleen hoe het gebouw zich gedraagt als het weer meezit, en juist dat is het minst interessant.

Waar wel installaties zijn, beïnvloeden de seizoenen ook hoe die werken. Luchtverwarmers die de hele zomer stilstaan, laten hun zwakke plekken pas in januari zien, koelunits draaien tijdens een hittegolf op volle toeren, en het luchtpatroon verandert zodra een installatie overschakelt van koelen naar verwarmen.

Welke opslagruimtes hebben een seizoensmapping nodig?

Niet elke ruimte heeft twee studies nodig. De kernvraag is eenvoudig: kan het buitenklimaat de temperatuur rond het product beïnvloeden? Gebruik de tabel hieronder als praktisch vertrekpunt.

OpslagruimteZomer- en wintermapping?Waarom
Magazijn met kamertemperatuur (15–25 °C)Meestal welZoninstraling via het dak, warmteverlies via de muren en openstaande dockdeuren veranderen het profiel tussen zomer en winter.
Magazijn met hoge stellingenJaIn beide seizoenen kan temperatuurgelaagdheid (stratificatie) over de volle stellinghoogte ontstaan: in de zomer hoopt warmte zich op onder het dak, in de winter ontstaan koude zones bij de vloer.
Opslagruimte met kamertemperatuur binnen een geconditioneerd gebouwVaak één, mits onderbouwdGeen directe blootstelling aan het buitenklimaat, maar let op ramen, radiatoren en aangrenzende onverwarmde ruimtes.
Kleine ruimte met kamertemperatuur (enkele m²)RisicobeoordelingEen radiator, een raam of een zonnige muur kan al genoeg zijn voor een seizoensrisico.
Koelcel of vriescel binnen het gebouwMeestal nietDe omgeving is geconditioneerd, en de continue monitoring laat een eventueel seizoenseffect vanzelf zien.
Koelcel tegen een buitenmuur of in een onverwarmde halOverweeg hetZomerse warmte op de condensor of de wandpanelen kan de koelinstallatie tot het uiterste belasten.
Koelkasten en vriezersNiet voor het apparaat zelfKijk wel naar de ruimte waarin ze staan: een koelkast in een onverwarmde berging kan in de winter de temperatuur slecht vasthouden.
Koelwagens en transportroutesJaExtreme buitentemperaturen werken direct in op de lading, dus zomer- en winterprofielen horen bij de kwalificatie.

Hoe hotspots en coldspots per seizoen verschuiven

Hier bewijst een seizoensmapping zijn waarde. De warmste positie in juli is zelden de koudste positie in januari. Een monitoringsensor die alleen op basis van zomerdata is geplaatst, kan het winterrisico dus volledig missen.

Hetzelfde magazijn gemapt in de zomer (boven) en in de winter (onder): in de zomer is de vloeropslag bij de dockdeuren de hotspot (rood), in de winter is dezelfde zone het koudste deel van het gebouw (blauw).
Hetzelfde magazijn, dezelfde loggeropzet, twee seizoenen. De vloeropslag bij de dockdeuren is in de zomer de hotspot (boven) en in de winter de coldspot (onder).
ZoneZomerWinter
Bovenste stellingniveaus onder het dakTypische hotspot door zoninstraling en opstijgende warme lucht.Vaak nog steeds de warmste plek, omdat verwarmde lucht zich onder het dak verzamelt.
Vloer en onderste palletpositiesVaak het koelste deel van het gebouw.Waarschijnlijke coldspot, zeker bij een ongeïsoleerde vloer.
Opslaglocaties bij de dockdeurenWarme lucht stroomt binnen zodra de deuren opengaan.Koude lucht stroomt binnen; vaak de laagste meetwaarden in de opslagruimte.
Zuid- en westgevelsWarme randzones in de middag.Weinig invloed.
NoordgevelsWeinig invloed.Koude randzones, vooral achter stellingen met weinig luchtcirculatie.
Bij luchtverwarmers of koelunitsKoude luchtstroom uit de koelunits.Warme lucht uit de luchtverwarmers; voorraad die te dichtbij staat, kan boven de bovengrens uitkomen.

Zo plant u de twee studies

Kies de juiste weken

Voer de zomermapping uit in de warmste periode van het jaar en de wintermapping in de koudste. In het grootste deel van Europa is dat ruwweg juli–augustus en januari–februari. Houd de weersverwachting in de gaten: een studie tijdens een hittegolf of vorstperiode is veel overtuigender dan een meting in een zachte, grijze week. Leg vooraf in het protocol vast wat u als representatieve zomer- en wintercondities beschouwt, bijvoorbeeld op basis van lokale weerstatistieken of de ontwerpcondities van het gebouw. Dan is er achteraf geen discussie.

Meet lang genoeg

Voor magazijnen en andere opslagruimtes met kamertemperatuur is zeven aaneengesloten dagen het gangbare minimum: vijf werkdagen en een weekend. Zo legt u het dag-nachtritme vast, maar ook drukke werkdagen met open docks en rustige weekenden met gesloten deuren.

Registreer de buitentemperatuur

Plaats één extra logger buiten, in de schaduw, of gebruik data uit het gebouwbeheersysteem of van een weerstation in de buurt. Deze meting is alleen ter informatie en wordt niet getoetst aan uw acceptatiecriteria. Zonder die gegevens kunt u niet aantonen dat uw "zomermapping" echt onder zomerse omstandigheden is uitgevoerd. Ook helpen ze bij het verklaren van pieken in de data: kwam het door het weer, of stond er een deur open?

Gebruik beide keren dezelfde loggeropzet

Zomer- en winterresultaten zijn alleen vergelijkbaar als de loggerposities identiek zijn. Nummer elke positie, maak er een foto van en gebruik hetzelfde plan opnieuw. Voor de tweede studie kunt u posities toevoegen, maar verplaats de oorspronkelijke posities nooit.

Houd de omstandigheden realistisch

Voer de mapping uit tijdens normale bedrijfsuren en met normaal deurgebruik. Bij magazijnen kan zowel een leeg als een vol magazijn de ongunstigste situatie zijn: volle stellingen blokkeren de luchtstroom, terwijl een leeg magazijn weinig massa heeft om temperatuurschommelingen op te vangen. Laat luchtverwarmers, ventilatoren en koelunits op hun gebruikelijke seizoensinstellingen staan, zodat u het gebouw meet zoals het in de praktijk werkt. Heeft u een hoofd- en een reserve-unit, zorg dan dat elke unit gedurende een deel van de studie alleen draait.

Twee seizoenen, één plan

Loggers nodig voor een zomer- en een wintermapping? Wij verhuren gekalibreerde dataloggers in heel Europa en kunnen voor beide studies dezelfde set leveren, zodat elke positie met dezelfde logger wordt gemeten.

Bekijk loggerverhuur

Wat als uw magazijn in het voorjaar opent?

Nieuwe locaties gaan zelden precies aan het begin van een hittegolf in gebruik. Dat is geen probleem, zolang u er rekening mee houdt:

  • Voer vóór ingebruikname een mapping uit, in welk seizoen dan ook, en gebruik de resultaten om de ruimte vrij te geven en de eerste monitoringposities te bepalen.
  • Plan de eerste seizoensstudie in het eerstvolgende extreme seizoen, en het tegenovergestelde seizoen binnen het eerste jaar.
  • Overbrug de tussenperiode met extra monitoringsensoren op de posities die naar verwachting het meest kritisch zijn: bovenste stellingen onder het dak, opslaglocaties bij de dockdeuren en stellingen langs buitenmuren.
  • Denk aan de belading: een nieuw magazijn is de eerste maanden zelden vol, dus u kunt een latere seizoensstudie gebruiken om ook de volle toestand mee te nemen.

Een mapping in het voor- of najaar vervangt geen van beide seizoensstudies. Het is een bruikbare nulmeting, maar laat de ongunstigste situatie niet zien.

Een jaar lang continu mappen wordt soms als alternatief genoemd, maar in de praktijk raden wij dat af. Een jaarstudie betekent twaalf maanden lang een volledige set loggers laten hangen, onderweg de kalibratie-intervallen bewaken en een jaar aan data van elke positie beoordelen. Twee goed geplande studies, één in de zomer en één in de winter, brengen dezelfde extreme situaties in beeld met veel minder inspanning en leveren een overzichtelijker dossier op.

Zomer- en winterresultaten vergelijken

De echte waarde van een seizoensmapping zit in de vergelijking, niet in twee losse rapporten. Kijk bij de eindbeoordeling naar:

  • Minimum en maximum per positie in beide seizoenen. Welke posities zijn extreem in de zomer, welke in de winter en welke in beide?
  • Trends, niet alleen losse pieken. Een positie die structureel warm is, is een veel duidelijkere hotspot dan een positie die één keer piekte omdat er een deur openstond.
  • Seizoenseffecten versus eenmalige gebeurtenissen. Scheid wat het weer deed van locatiegebonden gebeurtenissen, zoals een pallet voor een ventilator of een onderhoudsbezoek.
  • Monitoringposities. Plaats de vaste sensoren zo dat ze zowel de zomerse hotspot als de winterse coldspot bewaken. Dat betekent vaak minstens twee posities, niet één.
  • Marges. Hoe dicht kwam de slechtste positie bij de grens? Een meting van 24,6 °C in een zachte zomer is een waarschuwing, geen ruime voldoende.

Kunt u een seizoen overslaan?

Ja, maar alleen met een schriftelijke, goedgekeurde onderbouwing. Eén mapping kan verantwoord zijn als:

  • de ruimte volledig binnen een geconditioneerd gebouw ligt, zonder dak of buitenmuren die aan het weer blootstaan;
  • de ruimte actieve klimaatregeling heeft met voldoende capaciteit voor lokale zomer- en winterextremen, en de inbedrijfstelling dat heeft aangetoond;
  • er genoeg monitoringsensoren op de juiste plekken hangen om een seizoenseffect direct op te merken, zodat de monitoring in feite als continue mapping werkt;
  • de locatie in een gematigd klimaat ligt, waar extreme buitentemperaturen zeldzaam en kortdurend zijn. ISPE geeft hiervoor een bruikbare vuistregel: let op zodra de buitencondities langer dan drie uur meer dan 6 °C afwijken van de normale bedrijfscondities.

Leg deze afweging vast in uw risicobeoordeling en laat die goedkeuren door QA en de systeemeigenaar. Een inspecteur heeft zelden bezwaar tegen één mapping, maar wel tegen één mapping zonder onderbouwing.

Veelgemaakte fouten

  • In mei of september mappen en het een zomer- of wintermapping noemen.
  • Geen buitenlogger als referentie, waardoor de seizoenscondities niet aantoonbaar zijn.
  • Loggerposities tussen de twee studies verplaatsen, waardoor de resultaten niet meer te vergelijken zijn.
  • De monitoringsensor alleen op basis van zomerdata plaatsen en zo de winterse coldspot missen.
  • Loggers gelijkmatig over de plattegrond verdelen, inclusief gangpaden en zones waar nooit voorraad staat, in plaats van uit te gaan van de werkelijke opslaglocaties.
  • Het magazijn alleen leeg mappen, waardoor het effect van volle stellingen op de luchtstroom nooit wordt getest.
  • Een seizoen overslaan zonder vastgelegde onderbouwing.

Wat de richtlijnen verwachten

De regelgeving zelf is hier kort over. EU GDP vraagt om mapping onder representatieve omstandigheden en om monitoringsensoren op de punten met de grootste schommelingen, en noemt seizoensinvloeden expliciet bij transport. De IGJ is in haar GDP-FAQ concreter: de invloed van de seizoenen toetst u met een zomer- en een wintermapping, en een periode van zeven aaneengesloten dagen inclusief weekend geldt als reëel. Het technische WHO-supplement over temperatuurmapping van opslagruimtes adviseert een studie in zowel het warmste als het koudste seizoen voor ruimtes die door seizoenen worden beïnvloed, en merkt op dat dit bij koel- en vriescellen doorgaans niet nodig is. ISPE vult de praktische kant in: baseer de keuze op een risicobeoordeling en plan binnen het eerste jaar een aanvullende studie in het tegenovergestelde seizoen. De rest van dit artikel gaat over hoe u die principes omzet in een mapping die in de praktijk standhoudt.

Twijfelt u of uw opslagruimte gevoelig is voor seizoensinvloeden? Wij kunnen uw indeling en monitoringdata beoordelen en adviseren of één of twee studies verantwoord zijn.

Gebruikte bronnen

  • EU GDP 2013/C 343/01, paragraaf 3.2.1 (temperatuurmapping en monitoringposities) en hoofdstuk 9 (seizoensinvloeden bij transport).
  • IGJ, Vragen over de Groothandelsvergunning en het GDP-richtsnoer Humane Geneesmiddelen, versie 9, vragen over meetduur en zomer- en wintermapping.
  • WHO Technical Report Series No. 961, Annex 9, Supplement 8: Temperature mapping of storage areas (2015).
  • ISPE Good Practice Guide: Controlled Temperature Chamber Mapping and Monitoring, over seizoensgebonden testen.
  • ISPE Good Practice Guide: Cold Chain Management, over seizoensprofielen voor koelcellen en transport.

Verdiep u verder

Logische vervolgstappen binnen hetzelfde kenniscluster:

Een zomer- of wintermapping plannen?

Seizoensmapping in zes stappen

Een praktische checklist om door te lopen voordat de eerste logger hangt.

01

Beoordeel de seizoensgevoeligheid

Kijk naar dak, buitenmuren, docks, ramen en verwarming. Kan het weer het product bereiken?

02

Leg het worstcasescenario vast

Beschrijf in het protocol wat representatieve zomer- en wintercondities zijn.

03

Houd één loggerplan aan

Nummer en fotografeer elke positie, zodat beide studies exact dezelfde opzet hebben.

04

Voeg een buitenlogger toe

Registreer de buitentemperatuur om aan te tonen dat de studie echt onder seizoenscondities plaatsvond.

05

Vergelijk in plaats van alleen te rapporteren

Zet beide seizoenen per positie naast elkaar en scheid weersinvloeden van eenmalige gebeurtenissen.

06

Richt de monitoring op beide seizoenen in

Plaats vaste sensoren zo dat ze zowel de zomerse hotspot als de winterse coldspot bewaken.

Veelgestelde vragen over zomer- en wintermapping

Korte antwoorden voor magazijnen, koelcellen en andere temperatuurgecontroleerde opslag.

Tip: gebruik de FAQ als snelle ingang en lees het artikel hierboven voor de onderbouwing.

Wanneer is een seizoensmapping nodig?

Wat is een zomer- en wintermapping?
Twee mappingstudies van dezelfde opslagruimte: één in de warmste en één in de koudste periode van het jaar. Samen laten ze zien of de ruimte bij beide seizoensextremen binnen de grenzen blijft, en waar per seizoen de hotspots en coldspots liggen.
Heeft elk magazijn een zomer- en een wintermapping nodig?
Niet elk magazijn, maar de meeste magazijnen met kamertemperatuur wel, omdat het dak, de buitenmuren en de docks het buitenweer binnenlaten. Kan het buitenklimaat de temperatuur rond het product beïnvloeden, voer dan in beide seizoenen een mapping uit. Is dat niet zo, leg dan vast waarom één studie volstaat.
Hebben koelcellen een zomer- en wintermapping nodig?
Meestal niet. Een koel- of vriescel binnen een geconditioneerd gebouw merkt weinig van het weer, dus één mapping plus continue monitoring is normaal gesproken voldoende. Een koelcel tegen een buitenmuur of in een onverwarmde hal is een ander verhaal.
Is een mapping in het voor- of najaar ook goed genoeg?
Nee. Een studie in een zachte maand is een bruikbare nulmeting, maar laat niet zien hoe de ruimte zich bij de seizoensextremen gedraagt. Hij vervangt dus geen zomer- of wintermapping.

Planning en resultaten

Wanneer voert u een zomer- en wintermapping uit?
In de warmste en koudste periode van het jaar: in het grootste deel van Europa ruwweg juli–augustus en januari–februari. Mik op een week met een hittegolf of vorstperiode en registreer de buitentemperatuur om de omstandigheden aan te tonen.
Hoe lang duurt een seizoensmapping?
Voor magazijnen en andere opslagruimtes met kamertemperatuur is zeven aaneengesloten dagen het gangbare minimum: vijf werkdagen en een weekend. Zo legt u het dag-nachtritme vast, maar ook drukke werkdagen en rustige weekenden.
Moeten de loggerposities in beide seizoenen gelijk zijn?
Ja. Zomer- en winterresultaten zijn alleen vergelijkbaar als de posities identiek zijn. Voor de tweede studie kunt u posities toevoegen, maar verplaats de oorspronkelijke posities nooit.
Wat betekenen de seizoensresultaten voor de monitoringposities?
Hotspots en coldspots verschuiven vaak tussen de seizoenen. Plaats de vaste monitoringsensoren zo dat ze zowel de zomerse hotspot als de winterse coldspot bewaken. Dat betekent vaak minstens twee posities.