Wat meten we waar?Van koelkast tot stabiliteitskast
De meetpunten worden gekozen op basis van gebruikslocaties, luchtstroming, deurgebruik, belading en acceptatiecriteria.
LaboratoriumkoelkastSchappen, deurzone, achterwand, belading en sensorpositie.Beoordeling van geschikte opslagzones voor 2-8 °C of productspecifieke grenzen.
-20 °C vriezerLaden, deurinvloed, herstelgedrag, belading en koudeverdeling.Onderbouwing van opslaglocaties en monitoringpositie.
-80 °C vriezerRekken, dozen, deurzones, herstel na openen en temperatuurgradiënten.Inzicht in worst-case zones voor kritische monsters.
IncubatorMonsterlocaties, schappen, luchtcirculatie en stabiliteit.Beoordeling of gebruikte posities geschikt zijn voor de methode.
Stabiliteits- of klimaatkastTemperatuur, eventueel RV, schaplocaties en beladingspatroon.Onderbouwing van uniformiteit en stabiliteit voor beoogd gebruik.