Wanneer moet u een temperatuurmapping uitvoeren?
Een mapping is logisch bij nieuwe ingebruikname, na verplaatsing, na reparatie of wijziging van koeling, HVAC of indeling, bij structurele temperatuurafwijkingen en wanneer u moet aantonen dat een opslagzone geschikt is voor temperatuurgevoelige producten.
Hoe lang duurt een temperatuurmapping?
De meetduur hangt af van het type ruimte, het gebruik en het risico. Voor koelkasten, vriezers en compacte ruimten wordt vaak 24 tot 72 uur gemeten (ISPE hanteert minimaal 24 uur). Voor magazijnen hanteert de IGJ als richtlijn 7 aaneengesloten dagen inclusief een weekend, met een minimum van 48 uur waarbij een variabele zich tweemaal voordoet (IGJ FAQ-GNM, vraag 35). De initiële mapping vindt plaats als de ruimte nog leeg is; daarnaast kan een meting onder belading nodig zijn.
Hoeveel dataloggers zijn nodig voor temperatuurmapping?
Er is geen universeel aantal dat altijd klopt. Het aantal meetpunten hangt af van volume, indeling, opslaghoogte, deuren, luchtstromen, koelunit, belading, productkritikaliteit en bekende risicoplekken. Voor kleine koelkasten wordt vaak met circa 9 meetpunten gewerkt, terwijl ruimten en koelcellen projectspecifiek worden bepaald.
Waar plaatst u dataloggers tijdens een mapping?
Dataloggers worden geplaatst op plekken waar producten staan en waar temperatuurverschillen kunnen ontstaan: hoeken, middenposities, boven- en onderzones, nabij deuren, ventilatie, verdampers, buitenmuren, ramen, loading docks en andere risicopunten. De plaatsing moet logisch en vooraf onderbouwd zijn.
Moet een mapping leeg of beladen worden uitgevoerd?
De mapping moet representatief zijn voor normaal gebruik. Soms is een lege mapping nuttig bij nieuwe apparatuur of OQ, maar voor de gebruiksfase is een beladen of gesimuleerde beladen situatie vaak relevanter. Bij twijfel legt u de keuze vast in het protocol en onderbouwt u die risicogebaseerd.